wie betaald de schade?
Wie betaald de schade ?
Gepubliceerd op 13 februari 2024In 2023 gaf de NVWA aan dat het de handhavingsgrens voor vang- en laadletsel miv 1 Januari 2024 ging verlagen naar 1%. Volgens diezelfde NVWA was dit mogelijk aangezien de scores in de afgelopen jaren waren gedaald. In de Europese transportverordening staat dat het verboden is om dieren met letsel te transporteren. Via een protocol wordt het letsel achteraf vastgesteld door de NVWA bij de Post-Mortem keuring op de slachterij.
De goede inzet van de pluimveesector wordt op deze manier beloond door de grens nog weer scherper te stellen en ipv even pas op de plaats zullen de boetes blijven komen. Op de vraag aan de NVWA of zij de letsel-scores over 2023 wilden overleggen werd negatief gereageerd, men had deze cijfers nog niet in beeld.
Dit laatste strookt met de beleving in het veld waar vleeskuikenhouders vaak pas na 7 maanden een RvB ontvangen over een koppel geslachte kuikens. Op de vraag hoe een vleeskuikenhouder moet acteren op een te hoge score wanneer deze pas vele maanden later bekend wordt, heeft de NVWA geen antwoordt.
Binnen IKB-Kip is het voor een erkende slachterij verplicht om de letselschadescore terug te koppelen naar de pluimveehouder. De score dient op dezelfde manier tot stand te komen als die van de NVWA. Op deze manier hebben we zelf georganiseerd dat we wel sneller in beeld hebben hoe de vlag erbij hangt. Het blijkt nog steeds dat deze regel niet overal strak wordt uitgevoerd, ook het vermelden van de score in Mijn Avined is nog niet 100%. Met deze cijfers zouden we nu een beter beeld kunnen hebben waar en hoe de schade ontstaat en vooral waar het goed gaat. Maar de onzuiverheid maakt dit nog niet mogelijk.
Indien de NVWA bij een steekproef of risico gerichte controle op de slachterij een te hoog percentage letsel constateert, wordt er een Rapport van Bevindingen (RvB) opgesteld en volgt er een procedure die uiteindelijk leid tot een boete oplegging. De NVWA scoort enkel bloedingen groter dan 3 cm met een diepdonkerrode kleur. Alleen van deze letsels mag men aannemen dat ze tijdens het vangen/laden zijn ontstaan. Maar met de huidige snelheid van slachten is het voor het menselijk oog moeilijk om hierin de grenzen scherp te stellen. Voor het keuren van pluimvee aan de slachtlijn worden ivm de snelheid de karkassen gesplitst zodat een keurmeester steeds voldoende tijd heeft om een karkas en de organen te keuren. Voor het scoren van letsel is dit niet het geval en gezien de snelheid is het dan de vraag of de beoordeling juist is.
Aan het eind van 2023 ontvingen pluimveehouders een brief van hun pluimvee service bedrijf met de nodig informatie. In de bewuste brief stond ook de aantijging dat de pluimveeservice bedrijven de eventueel opgelegde boetes tav vangen en laden 1 op 1 gaan doorbelasten aan hun opdrachtgever, in bijna alle gevallen de pluimveehouder.
Een IKB erkend pluimveeservice bedrijf werkt volgens strenge regels en met goed opgeleid- en gekwalificeerd personeel. Een vleeskuikenhouder is volgens de IKB Kip regels verplicht om gebruik te maken van een IKB gecertificeerd pluimvee service bedrijf. Als vleeskuikenhouder ben je daarmee dan ook verzekerd van gekwalificeerde arbeid en ben je ontzorgd vwb het vangen en laden van kippen, want dat is waar een IKB erkend pluimveeservicebedrijf voor staat.
Als vleeskuikenhouder ben je tegenwoordig rondom het vangen en laden best wel druk en naast het organiseren zie je toe op het laadproces. Maar het daadwerkelijk vangen van kippen is er niet meer bij, daar kom je niet meer aan toe. De enige die zich feitelijk bezig houdt met vangen en laden is het pluimveeservicebedrijf en die krijgen dan ook de opdracht om dit schadevrij uit te voeren.
Hoe vreemd is het dan, dat een IKB erkend pluimveeservice bedrijf, gespecialiseerd en gekwalificeerd voor het vangen van pluimvee, een boete doorbelast aan de opdrachtgever. Een bedrijf welke als enige feitelijk betrokken is bij de vanghandelingen en waarvan, bij het slachten wordt geconstateerd dat er bij die specifieke handeling letsel is ontstaan, deze faalkosten doorbelast aan de opdrachtgever die als enige geen enkele handeling aan de kip heeft verricht.
Ik draai het even om. De enige die geen feitelijke handelingen verricht bij het vangen en laden, die geen invloed heeft op het transport danwel het slachtproces krijgt twee boetes voor zijn/haar kiezen omdat hij/zij de eindverantwoordelijke is. Hier gaat iets structureel fout.
Alle partijen in de keten roepen al jaren dat letselschade een “keten probleem” is en dat we het gezamenlijk moeten oppakken. Het strookt dan niet om een opgelegde boete door te belasten naar de opdrachtgever. En ik denk dat die opdrachtgeven hier ook schriftelijk op zal reageren. De pluimveehouder kan niet accepteren dat hij/zij de boetes van anderen gaat betalen. Dat er dan waarschijnlijk geen kippen meer geladen gaan worden lijkt mij optioneel. Ik denk dat de drie partijen in de keten hierdoor wel samen gaan komen om er nu echt iets aan te doen.
Slachterijen hebben in beeld waar de scores afwijken, vangploegen hebben in beeld onder welke omstandigheden er geen of weinig schade ontstaat. Indien kleine aanpassingen aan de stal rondom het vangen helpen (donker maken) kan hier een voordeel behaald worden. Uiteindelijk zal er een prijs betaald moeten worden voor het correct vangen en laden van kippen en indien daarmee de boetes achterwege blijven is er genoeg verdiend. Die prijs zal uit de markt moeten komen. Het vangen en laden van pluimvee is onderdeel van de leveringsvoorwaarden, en die moeten goed worden ingevuld anders blijft de pluimveehouder het kind van de rekening.
Er is inmiddels een mooi platform, de UPP waar ook vleeskuikenhouders gezamenlijk hun voorwaarden kunnen bespreken en afstemmen. Maak er gebruik van om nu eindelijk eens alles goed in de markt te zetten. Het begint met heldere afspraken om samen tot een beter resultaat te komen.