Donderdag, 18 april 2019

Kort geding rechter geeft geen inhoudelijk oordeel inzake POR


Gepubliceerd op 02 maart 2018

Helaas heeft het kort geding wat NVP samen met LTO/NOP, DEP en POV tegen de staat aan heeft gespannen niet tot succes geleid. De kort gedingrechter komt niet tot een inhoudelijk oordeel. De rechter verwijst namelijk naar de bestuursrechter voor een procedure. Tijdens de zitting is hierover ook uitvoerig gesproken. Deze discussie had onze advocaat (en daarmee wij ook) zien aankomen, maar hadden wel een ander oordeel van de rechtbank verwacht.

Vanaf het begin was duidelijk dat er ook een bestuursrechtelijke procedure mogelijk is. Maar deze procedure bood (en biedt) naar mening van onze advocaat niet op tijd duidelijkheid voor ontheffing houders. Verzoeken om ontheffing zullen daardoor worden geweigerd, wat in de praktijk al is gebeurd. Tegen dat weigeringsbesluit kan dan bezwaar worden ingediend. Ook kan bij de rechter een schorsing worden gevraagd. Maar een schorsing van een weigeringsbesluit leidt nog steeds niet tot een ontheffing.

Een bodemprocedure bij de bestuursrechter zal waarschijnlijk pas in 2019 (of zelfs 2020) duidelijkheid bieden. Daarom is door de advocaat van de sector – mede onder verwijzing naar de kort gedingen van vorig jaar over het fosfaatreductieplan – aangevoerd dat een bestuursrechtelijke procedure op dit moment niet een (met voldoende waarborgen omklede rechtsingang) biedt en dat daarom een civiele procedure mogelijk is.

Conclusie: De kort gedingrechter gaf op 1 maart helaas aan dat wij op zich terecht aangeven dat een schorsing van een weigeringsbesluit geen soelaas zal bieden. Maar vervolgens overweegt de rechter dat ook een voorlopige ontheffing kan worden gevraagd in het kader van een schorsingsverzoek (verzoek om voorlopige voorziening). Daarvan heeft onze advocaat echter geen voorbeelden kunnen vinden in de rechtspraak.

En dat brengt ons weer op het punt dat de bestuursrechtelijke procedure op dit moment niet een (met voldoende waarborgen omklede) rechtsingang biedt. Tegen de uitspraak kan hoger beroep worden ingediend. Wij gaan ons beraden op het vervolg.

Advies aan POR-ontheffingshouders

De NVP adviseert (voormalig) ontheffingshouders om bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op korte termijn een verzoek in te dienen om de ontheffing op grond van de POR-regeling te verlengen of een nieuwe ontheffing te verlenen.

Het Ministerie heeft haar besluit genomen met de achtergrond het behoud van de derogatie veilig te stellen. De NVP is van mening dat voor behoud van derogatie het beëindigen van de POR-Regeling niet nodig is. De POR-ontheffingen zijn afgestemd op het sectorplafond voor de pluimveehouderij. Maar liefst 93% van de pluimveemest komt niet op Nederlandse bodem en op basis van een analyse van het KIP-systeem blijkt dat een aanzienlijk verschil zit tussen de fosfaatproductie die de overheid stelt dat de sector heeft gerealiseerd in de afgelopen jaren o.b.v. de mei-telling en wat er op basis van het werkelijk aantal gemiddeld gehouden dieren geproduceerd kan zijn.

De POR-Regeling gekoppeld aan het stelsel van dierrechten en het stelsel van mestverwerking. In 2017 zijn de mestverwerkings-percentages dusdanig vastgesteld dat evenwicht op de mestmarkt bereikt zou worden. Desondanks heeft de overheid besloten om het stelsel van dierrechten te handhaven. De inzet van de NVP is dat de ontheffingen verlengd worden voor de duur van handhaven van het stelsel van dierrechten.

Motie Geurts en Dik-Faber

Op 6/12/2017 hebben de Kamerleden Geurts (CDA) en Dik-Faber (CU) een motie ingediend die is aangenomen welke de pluimveesector kan helpen het aantal stuks pluimvee wat tot 31/12/2017 in Nederland gehouden mocht worden te behouden. Omdat een belangrijk deel van de in Nederland geproduceerde pluimveemest op basis van langjarige contracten buiten de Nederlandse landbouw wordt afgezet constateerden deze Kamerleden dat deze pluimveemest niet bijdraagt aan bemesting in Nederland en daardoor geen bijdrage levert aan nitraatuitspoeling naar het grondwater. In hun motie verzochten zij de regering, in overleg te treden met de pluimveesector om na het vaststellen van het actieprogramma en het verkrijgen van de derogatie te komen tot individuele ontheffing van productierechten bij vooraf vastgelegde langjarige verwerking van mest, waarbij gegarandeerd wordt dat deze mest niet in de Nederlandse landbouw afgezet wordt. De motie is aangenomen en biedt voor de pluimveesector een handreiking om een koude en platte krimp van de sector te voorkomen. Wij houden u op de hoogte van vorderingen, omdat de NVP niet wil wachten met bespreken van de mogelijkheden tot na het verkrijgen van een derogatie voor Nederland. De pluimveesector heeft niets te winnen bij een derogatie. In het licht van de twee fraudedossiers die onderzocht worden (met mest en het I&R-systeem van de rundveesector), vindt de NVP dat de toekomst van de pluimveesector daar niet afhankelijk van mag zijn.

Onderdeel van dossier(s): Productierechten,